Stichting Kindertehuis Pinokio

Verhaal van Inge
November 2005
Lieve donateurs,

Mijn naam is Inge de Wal en ik mocht aan de wieg staan van Kindertehuis Pinokio in BraziliŽ. Dertien jaar geleden ontmoette ik Lucia. Ze had een droom. Ze wilde naar haar geboorteland terug met geld voor het verwezenlijken van een tehuis voor kansarme kinderen.

Ik geloofde in haar. Drie tropenjaren (in Nederland) volgden. We verkochten alles wat los en vast zat. En geloof me, het was veel, maar dat is een ander verhaal. We gaven het project vijf jaar; als er dan geen voldoende saldo was zouden we het als verloren moeten beschouwen en het ingehaalde geld schenken aan reeds bestaande projecten voor kansarme kinderen. Tja en toen kwam er na drie jaar een geweldige schenking. We waren in alle staten. Het was gelukt, althans het saldo voor de start was voldoende. Lucia vertrok naar BraziliŽ om voorbereidingen te treffen. Ik sloot de tropenjaren af en ging wat anders doen. Kindertehuis Pinokio bestaat nu dertien jaar maar het kindertehuis Pinokio MET kinderen in Brazilie bestaat dit jaar tien jaar.........NU wilde ik het eindelijk ook in het echt zien.

Hier zit ik dan in Brazilie en zie met mijn eigen ogen dat dromen echt kunnen uit-komen. Het kindertehuis waar U zo trouw Uw steun aan geeft is echt de moeite waard. Wat doet U goed werk en wat wordt Uw geld goed besteed. Een voorbeeld... Lucia kocht gisteren nieuwe kinderbedjes en kreeg van de toch al lage prijs nog 200 reaal korting af gekletst. Pinokio is inmiddels een heel bedrijf geworden waarin de kinderen hun eigen taken hebben. De sfeer is ongedwongen en vrolijk. Het zien van een jongen van ongeveer veertien jaar die brood aan het kneden en bakken is doet mij denken aan de jeugd in het rijke westen die niet eens weten HOE brood gebak-ken wordt.

Ik vervolg met zo maar wat indrukken:

  • De oudere meisjes (v.a. 14 jaar) staan heerlijke maaltijden te bereiden. Er wordt in drie ploegen gegeten. Eerst de kleintjes, dan de grotere kinderen en daarna de vol-wassenen met de oudste kinderen. Deze maaltijden zijn al een feest op zich. Per ta-feltje mogen ze het eten opscheppen....alleen het toetje wordt door een medewerk-ster uitgedeeld, anders gaat het niet lukken om gelijke porties te krijgen. Vanavond stonden tot mijn verbazing acht kinderen heel stil tegen de muur braaf te wachten. Ik vernam dat ze zich in de TV-kamer hadden misdragen en ze moesten voor straf wachten tot alle maaltijden genuttigd waren. Later werden ze bij Lucia geroepen en deden hun verhaal. Ze konden meteen naar bed.
  • Er komt een busje het terrein opgereden. Het is de mobiele tandartspraktijk. Alle kinderen staan in de rij om hun gebit te laten behandelen. De tandartsenbus wordt bemand door een mannelijke chauffeur, een vrouwelijke tandarts en een vrouwelijke assistente. Goh... denk ik... dat is een hele vooruitgang. Zelfs hier slaat de emancipa-tie (soms) toe. De behandelingen duren tot in de middag en de arts plus aanhang eten met ons mee.
  • Het zag er naar uit dat het een rustige middag zou worden en we besluiten een strandwandeling te maken. Tja, als er dan een kind bloedend de kamer in komt omdat hij op een plaats was waar hij niet mag komen in een spijker heeft ge-trapt.........dan moeten we naar de eerste hulp. Een tetanusprik is dan niet leuk maar wel noodzakelijk...en...eigen schuld dikke bult! Een jongen van ongeveer 4 jaar moet ook naar de dokter; hij heeft een enorm dikke wang. Een flink ontstoken kies is daar oorzaak van, de tandarts kan nog niets doen voor de boel geslonken is...en dat is pas sneu, hij wordt geknuffeld en krijgt antibiotica.
  • Op het veld en in de regen planten de oudere kinderen zwarte bonen en een lol dat zij hebben. Verder op dit terrein is een boerderij en ook daar helpen de kinderen om beurten alles te verzorgen.
  • Heeft U Uw eetkamer wel eens schoongemaakt met een slang en water? Vast niet, nou hier wel hoor. Alles gaat naar buiten en wordt schoongespoeld.
  • Jan Wittebrood en Peter zijn vandaag aangekomen. Ze willen werken aan een nieuwe waterput. Ook is het streven warm water aan te leggen voor de keuken. Dat afwassen met koud water is ook niet alles. Ik hoop van harte dat het lukt. Er is hier nog een vrijwilliger genaamd Dennis. Hij gaat Jan en Peter helpen bij de werkzaam-heden. Hij is met mij meegereisd. Hij is bezig met het repareren en verven van de keukenkasten. Ook het opslaghok wordt door hem grondig onder handen genomen.
  • Ik raak aardig gewend aan al die kindergeluiden. Zodra de kinderen ons zien ko-men bedelen ze om een aai, kus of knuffel. Die krijgen ze dan volop, alleen is het wat moeilijk als ze in de rij staan om naar school of de eetkamer te lopen. De rij is ineens veranderd in een kronkelige massa. Ik kom in de verleiding om ze de aan-dacht te geven die ze vragen maar stuur ze toch maar richting schooljuf met de boodschap naar haar te luisteren. En wie vertedert niet bij het zien van die kleine ukkies als ze trachten zelfstandig naar het toilet te gaan? Het toiletpapier vindt niet via westerse manier zijn weg naar het riool, nee dat gaat in een emmer, anders zou de boel verstoppen. Het is even wennen en ik vergis mij nog weleens. Er zijn kinde-ren die dolgraag wat Nederlandse woorden willen leren. Ik ga dan met een gegadig-de aan tafel zitten met schrift boek en potlood. Soms groeit de groep gestadig en moet ik de niet al te serieuze dametjes en heren wegsturen opdat de echt leergierigen de nodige aandacht krijgen. Het zingen van een Nederlandse slaapliedje wekt de no-dige hilariteit. Heerlijk alle gewassen haartjes moeten geroken en gekeurd worden. Mijn moederlijke hormonen vliegen in de rondte bij het zien van de aller kleinste dreumissen.Tia Inge roepen ze me na als ik ze achterlaat bij hun verzorgster.
  • Op een ander moment ben ik weer vol verbazing bij het zien van een meisje van 13 jaar met baby van zes maanden. Kind met kind. Ze krijgt begeleiding bij het verzor-gen van dat kostbare leventje. Ik hoop van harte dat het haar lukt om dit kind uit een kindertehuis te houden.
  • Terwijl ik dit zit te schrijven komt er een meisje binnen, ze heeft nederlandse en Portugese woordjes gemaakt; of ik haar wil helpen. Natuurlijk wil ik dat. Ze heeft het goed gedaan. Ik geef haar een 8 en ze straalt aan alle kanten. Het geeft me een blij gevoel. De uitspraak laat te wensen over, maar ach, dat geldt ook voor mijn Por-tugees.
  • Het is zondag en de zon schijnt en Lucia belooft de kinderen om na het middag-eten te gaan zwemmen. Iedereen is opgewonden en na de laatste hap springen ze in hun badpakjes. Er wordt een grote rij gevormd. De allerkleinsten vast geplakt aan de oudere kinderen. We hebben net een paar meter afgelegd of de zon verdwijnt en er klinkt in de verte gerommel. We besluiten om toch door te zetten in de hoop dat we ongelijk krijgen. En de kinderen teleurstellen is ook niet leuk. We worden bij elkaar geroepen en krijgen de boodschap meteen uit het water te komen bij de eerste licht-flits of dondergeluiden.

    Het plezier duurt een half uurtje en ja hoor dan weerlicht het in de duisternis. Als iedereen uit het water is.....ja hoor...weg is de donder en het blijft droog. Toch maar uit het water blijven en op het strand spelen. De kinderen zijn door het dolle. Het is echt opletten of iedereen veilig is en blijft. Na een tijdje vertrouwen we het niet en besluiten naar huis te gaan. Moeilijk voor de kinderen om dan te luisteren. Pff, ik ben blij als iedereen aan de kant staat. Bibberende kinderen vragen om een hand-doek en als ze het niet echt koud hebben dan bibberen ze toch maar als we naar ze kijken. Dan krijgen ze immers ook een aai met de handdoek. Ja slim zijn ze wel die kleintjes. Jammer, het was kort maar krachtig; en toch is iedereen blij. Als we net in huis zijn begint het te regenen.

  • Maandagochtend ZONNESCHIJN; de was van 2 dagen moet nodig aan de lijn ( op zondag geen wasdag). De weersvoorspelling is weer regen. In twee kleine ouder-wetse wasmachinetjes wordt wat wasgoed doorgeslagen; daarna gaat het in een grote ton met water om met de hand te spoelen, daarna in een andere ton met schoon wa-ter nog eens spoelen en handmatig wringen, om dan kletsnat aan de lijn gehangen te worden. Het spoelwater gaat weer terug in de "wasmachine" want er zit nog genoeg sop in. De vuilste was wordt met zeep en borstel van het ergste vuil ontdaan.. Nee, dit is geen werk voor een verwende westerse vrouw (maar ik doe het wel). Zodra er een stuk wasgoed droog is gaat het naar de vouwkamer. De "vouwdame" kan ons niet bijbenen. Een metershoge berg waar geen eind aan komt. Maar het lukt ons om de nodige was droog te krijgen.

    Eťn troost hebben we wel: Morgen begint alles opnieuw.

  • We zijn inmiddels veertien dagen in en rond Pinokio. Hoezo warm land daar in Brazilie? Hoezo zon? Waar? U wilt het niet geloven maar we hebben vrijwel geen zon gezien. Voor Jan, Peter en Dennis is het erg vervelend om hun werk naar beho-ren te doen. Alle klussen lopen door elkaar heen, alles wat je in een droge plek kunt voorbereiden is meegenomen. Ik bewonder de mannen oprecht. Altijd goed ge-mutst, soms even mopperen op een niet te vinden gereedschap of op de aanhou-dende regen. Ik probeer op te ruimen daar waar nodig is. Ik verlies de sleutel van het gastenverblijf. Het regent en waait hard, niemand hoort me. Nou dan de kamer maar opruimen, alles op zijn kop om de sleutel op te sporen. Ver na het ontbijt mist niemand mij nog. Niet te geloven.... dan maar op bed liggen lezen en in slaap val-len...helemaal geen straf.... en lekker uitgerust word ik gered door Jan.

    De dagen vliegen voorbij, kinderen naar de tandarts, kind met gat in hoofd, kind met schaafwonden aan voet, twee jongedames vliegen elkaar in de haren, een kind met verdriet, een kind met een brutaal antwoord, verliefde blikken van jonge dames naar een stoere nederlandse jongeman, kinderen die dolgraag nederlandse woorden willen leren, kinderen die graag samen met mij naar de muziek op mijn mp3 willen luisteren, kinderen die willen knuffelen, kinderen die aldoor goedemorgen zeggen, kinderen die op de foto willen, kinderen die geen genoeg krijgen van papegaaitje leef je nog.......kinderen overal kinderen... zucht... dat even opgesloten zitten was toch niet echt heel erg.

    Inge de Wal